Waarom een associatie?
Naar analogie met de Angelsaksische landen werd de zogenaamde Bama-hervorming ingevoerd: sinds het academiejaar 2004-2005 studeert men in Vlaanderen en Brussel dus niet meer voor gegradueerde, kandidaat of licentiaat maar voor “bachelor” en “master”.
De Bolognaverklaring voorziet eveneens in een toenemende mobiliteit van studenten, docenten en administratief personeel. En ook de afgestudeerde wordt meer mobiel: zijn inzetbaarheid zal niet alleen afhangen van het diplomasupplement, maar ook van zijn competenties (waaronder de interculturele) en van zijn taalvaardigheid. Hieraan wordt door de partners van de associatie dan ook veel aandacht besteed.
Deze Bolognaverklaring werd op Vlaams niveau vooral vertaald in het decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs, dat op 4 april 2003 door de Vlaamse regering werd goedgekeurd.
Dit zogenaamde structuurdecreet legt onder meer de wettelijke krijtlijnen vast voor de vorming en werking van associaties tussen hogescholen en universiteiten. De verdeling in hoger onderwijs buiten en binnen de universiteiten zoals we die bij ons kenden, stond immers haaks op de doelstelling van internationale vergelijkbaarheid. Vandaar de creatie van associaties van hogescholen en universiteiten. Eigenlijk komt het erop neer dat er binnen de associaties moet gezocht worden naar betere samenwerking op het vlak van onderwijs, onderzoek, dienstverlening en studentenbeleid.